Hier vindt u uitleg over de volgende
punten bij het putten:

Klik op een foto voor een grotere afbeelding
| 1.
Grip putten |
| |
Bladstand |
Loodrecht omhoog. (Blad loodrecht op
het doel wanneer het blad op de grond staat.) |


 |
Linkerhand |
Grip tussen de twee muizen. Linker
middel vinger recht naar beneden. |
Rechterhand |
Drie vingers onder de linker wijsvinger
en de duim vlak op de grip. |
Gripdruk |
2 op een schaal van 0-5. |
|

| 2. Houding putten: |
| |
 |
Handen met de palm op het bovenbeen leggen en iets
door de knieën zakken. |

 |

 |

 |
 |
Kin op je borst. |
 |
Handen zakken tot de vingertoppen de bovenkant van
de knieschijf raken. |
 |
De armen recht onder de schouders laten hangen en de
grip pakken. |
|


| 5.
Beweging putten |
| |
 |
Met de driehoek tussen de handen, armen
en schouders van 7 naar 5 uur op de klok waar u met de rug naartoe
staat. |
|
|
 |
 |
|
|